0

Geen producten in je winkelmand.

Wanneer moet het mistlicht aan? En wanneer niet!

Gepubliceerd op door Lars te Riet

Het is mistig, je rijdt over de snelweg. Onder de achterbumper van je voorligger schijnt een felrode schijnwerper de wereld in – het mistachterlicht. Mag dat? Dit zeggen de wet, de ANWB en Rijkswaterstaat.

Mist komt in verschillende vormen voor. Bij een zicht van meer dan 1000 meter spreekt men nog van nevel, pas bij 200 tot 1000 meter is er sprake van mist. Kun je maar 50 tot 200 meter ver kijken, dan zit je in dichte mist. Bij minder dan 50 meter zicht heb je de meest erge vorm te pakken: zeer dichte mist.

Wanneer mistlampen aan?

Voor het gebruik van mistlampen zijn twee afstanden belangrijk: 200 meter en 50 meter. Of het nu komt door mist, regen of sneeuwval, zodra je minder dan 200 meter ver ziet, mag je de mistlampen aan de voorkant inschakelen. Alleen bij zeer slecht zicht van minder dan 50 meter, in bijvoorbeeld zeer dicht mist of hevige sneeuwval, mag je het mistachterlicht aan doen.

Boete voor onnodig mistlicht voeren

Je kunt hectometerpaaltjes gebruiken om de afstand in te schatten. Deze afstandspaaltjes staan elke 100 meter langs grote wegen. Zie je vanaf het ene paaltje het volgende niet, dan heb je groen licht om het rode mistlicht op de achterkant van je auto in te schakelen. Vergeet niet om de mistlampen weer uit te zetten als de mist opklaart en het zicht verbetert. Anders riskeer je een boete van 95 euro voor onnodig mistlicht voeren.

Spitsstroken dicht bij mist

Slecht zicht kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Een makkelijk te onthouden advies van de ANWB voor rijden in de mist luidt: halveer je snelheid, verdubbel je afstand. Bij mist en sneeuwval loopt Rijkswaterstaat ertegenaan dat de camera’s het verkeer op de spitsstrook niet in de gaten kunnen houden. Daarom blijven bij slecht zicht de spitsstroken dicht, ook als het druk is.

Zo zet je mistlampen aan

Tot slot een waarschuwing voor alle automobilisten die de draaiknop van hun verlichting op ‘Auto’ hebben staan. De automatische stand reageert wel op duisternis, maar niet op mist. Je moet dus zelf de mistlampen aandoen, zodra de situatie daarom vraagt.

ŠKODA-rijders trekken één keer aan de draaiknop (die op Auto, stadslicht of dimlicht staat) om de voorste mistlampen in te schakelen, of twee keer voor de achterste. Op het dashboard gaat een lampje met een verticale kronkellijn door de lichtstralen branden. Een groen lampje symboliseert de voorste mistlampen en een oranjerood lampje betekent achter. De achterlichten van je auto zijn tenslotte ook oranjerood van kleur.